• Vertrouwenspersoon

    Vertrouwenspersoon

    (Seksuele) intimidatie, agressie, geweld en discriminatie zijn vormen van gedrag die niet thuis horen in een goed en stimulerend sportklimaat. Het bestuur van vvDSE  probeert dit soort ‘ongewenst gedrag’ dan ook zoveel mogelijk te voorkomen en heeft in dit kader een vertrouwenscontactpersoon aangesteld in de persoon van Marjolein Pellegrino-Kuijl, te bereiken via marjoleinkuijl@hotmail.com of via telefoonnummer 06-27863441.

    Leden en ouders van minderjarige leden respecteren over het algemeen elkaars grenzen. Grenzen die meestal heel vanzelfsprekend zijn, maar die af en toe expliciet gemaakt moeten worden omdat gedrag dat door een ander als ‘een leuke manier van omgaan’ wordt beschouwd voor een ander te ver gaat. Soms écht te ver. Wanneer een ander jou lastig valt met zijn of haar gedrag en je zelf niet meer weet hoe je de situatie op moet lossen, kun je verschillende dingen doen. Je kunt de hulp van een teamgenoot, coach, contactpersoon jeugd of senioren of het bestuur inroepen. Je kunt echter ook contact opnemen met de vertrouwenscontactpersoon van vvDSE. Zij fungeert in eerste instantie als klankbord en kan je helpen te zoeken naar een oplossing. Soms kan dat een informele oplossing zijn, waarbij een vertrouwenscontactpersoon eventueel bemiddelt. Indien noodzakelijk of gewenst kan ze je ook door verwijzen naar een andere instantie. Bij meer extreme vormen van ongewenst gedrag kan een formele oplossing meer voor de hand liggen.

    1 Doel van aanstelling van een vertrouwenscontactpersoon

    vvDSE  wil een voetbalvereniging zijn waar leden zich veilig en vertrouwd kunnen voelen. De vertrouwenspersoon heeft een taak in het in stand houden of zelfs verbeteren van de omgangsvormen welke bijdragen aan het gevoel van veiligheid en vertrouwdheid voor de individuele leden.

    Zij draagt zorg voor de eerste opvang van betrokkenen (slachtoffers, ouders van minderjarige slachtoffers, beschuldigde, bestuur en evt. de bond) bij een incident binnen de vereniging.

    2 Taken en bevoegdheden van de vertrouwenscontactpersoon

    1. Een luisterend oor bieden in geval er sprake is van ongewenst gedrag maar verdere actie niet gewenst wordt.

    2. Indien gewenst, het informeel afhandelen van een klacht over ongewenst gedrag.

    3. Het in behandeling nemen van problemen van leden van vvDSE  met betrekking tot ongewenst gedrag. Hieronder wordt verstaan; het bieden van ondersteuning, begeleiding en advisering om het probleem bespreekbaar en hanteerbaar te maken. Te trachten de meest wenselijke en haalbare oplossing te vinden. Zo nodig door als bemiddelaar op te treden, of door er één in te schakelen. Of door te verwijzen naar een externe instantie. Dit alles uitsluitend met instemming van betrokkene.

     4. Het gevraagd en ongevraagd adviseren van vvDSE  bestuur ten aanzien van het beleid op het terrein van ongewenst gedrag en het voorkomen hiervan. De vertrouwenscontactpersoon is verantwoording schuldig aan de bestuursvoorzitter. Tenminste 1 x per jaar rapporteert de vertrouwenscontactpersoon aan de bestuursvoorzitter over de klachten die haar/hem hebben bereikt. Zij geeft daarbij tenminste aan: de gevolgde procedure en de kwantiteit van klachten.

    5. Waar mogelijk preventief te werk gaan. Bij signalering van mogelijke problemen op het gebied van ongewenst gedrag, wordt dit met betrokkenen besproken.

    6. Vragen beantwoorden, doorverwijzen, adviseren of toetsen over al dan niet overschrijden van grenzen.

    7. Bij geruchten van klachten, onderzoeken of deze klachten werkelijk bestaan.

    8. Doorverwijzen naar de poule van vertrouwenspersonen- en adviseurs van de

    NOC*NSF.

    3 Gedragscode omgaan met vertrouwelijkheid voor vertrouwenscontactpersoon

    1. De vertrouwenscontactpersoon gaat een vertrouwensrelatie aan met het slachtoffer of andere personen die een beroep op haar doen of tot wie zijzich richt. Daarom belooft de vertrouwenscontactpersoon alle betrokkenen geheimhouding van hetgeen haar bij de uitoefening van haar functie als vertrouwenscontactpersoon ter kennis komt.

    2. Tevens zorgt de vertrouwenscontactpersoon ervoor dat de documentatie en archivering van gegevens geschiedt in overeenstemming met het vertrouwelijke karakter ervan. Dit geldt ook voor de werkaantekeningen die de vertrouwenscontactpersoon voor zichzelf maakt.

    3. Uitzonderingen hierop zijn alleen mogelijk als het slachtoffer en/of andere personen schriftelijk toestemming geven tot het doorbreken van deze belofte tot geheimhouding, of wanneer zeer dringende redenen aanwezig zijn zoals omschreven in 3.4.

    4. Bij het ontbreken van schriftelijke toestemming van de betrokken persoon om informatie aan derden te verstrekken, kan de vertrouwenscontactpersoon zich pas ontheven achten van de belofte tot geheimhouding indien tenminste voldaan is aan al de vijf hieronder genoemde voorwaarden:

    a. Alles is in het werk gesteld de toestemming van de betrokken persoon te verkrijgen.

    b. De vertrouwenscontactpersoon verkeert in gewetensnood door het handhaven van de geheimhouding.

    c. Er is geen andere weg dan doorbreking van de geheimhouding om het probleem op te lossen.

    d. Het is vrijwel zeker dat het niet doorbreken van de geheimhouding voor betrokkenen of voor derden aanwijsbare en ernstige schade en/of gevaar zal opleveren.

    e. De vertrouwenscontactpersoon is er vrijwel zeker van dat doorbreking van de geheimhouding de schade aan betrokkenen of anderen in belangrijke mate zal voorkomen of beperken.

    5. Indien een dergelijke situatie zich voordoet, zal de vertrouwenscontactpersoon haar redenen om de geheimhouding te doorbreken met een ter zake kundige partij bespreken alvorens de geheimhouding te doorbreken.

    a. De vertrouwenscontactpersoon brengt betrokkenen op de hoogte van het voornemen de geheimhouding te doorbreken, alvorens dit daadwerkelijk te doen.

    b. Indien het doorbreken van de geheimhouding dit noodzakelijk maakt, verwijst de vertrouwenscontactpersoon betrokkenen onverwijld naar een andere vertrouwenspersoon en/of instantie.

    4 Omschrijving ongewenst gedrag

    Onder ongewenst gedrag verstaat vvDSE de volgende categorieën gedragingen:

    1. Verbale agressie (bijvoorbeeld schelden, schreeuwen, treiteren);
    2. Fysieke agressie (bijvoorbeeld slaan, vastgrijpen);
    3. Psychische agressie/intimidatie (bijvoorbeeld dreigen, chanteren, achtervolgen, pesten);
    4. Seksuele intimidatie (bijvoorbeeld nafluiten, opmerkingen maken, aanranding en verkrachting);